Hiërarchische entiteitsrelaties
Voor hiërarchische entiteitsrelaties moet een van de records een veld bevatten waarin een unieke id kan worden opgeslagen die verwijst naar een andere record. De record die de verwijzing naar een andere record bevat, wordt de onderliggende record genoemd. De record waarnaar door de unieke id wordt verwezen, wordt de bovenliggende record genoemd.
Bij een hiërarchische relatie kan elke onderliggende record een verwijzing opslaan naar één bovenliggende record. Er is geen limiet aan het aantal onderliggende records dat naar één bovenliggende record verwijst. De bovenliggende record kan alle onderliggende records weergeven in een gekoppelde weergave.
Relaties definiëren
Relaties worden gedefinieerd tussen entiteiten. De entiteit die de onderliggende records vertegenwoordigt, wordt de gerelateerde entiteit genoemd. Een relatiekenmerk, dat ook een opzoekkenmerk wordt genoemd, wordt gemaakt voor de gerelateerde entiteit zodat een verwijzing naar een bovenliggende record kan worden opgeslagen. De entiteit die de bovenliggende records vertegenwoordigt, wordt de primaire entiteit in de relatie genoemd.
- Een 1:N-relatie wordt gemaakt of weergegeven vanuit de primaire entiteit. Elke record vanuit de primaire entiteit kan het object zijn van verwijzingen door vele records van de gerelateerde entiteit.
Een N:1-relatie wordt gemaakt of weergegeven vanuit de gerelateerde entiteit. Vele records van de gerelateerde entiteit kunnen verwijzen naar elke record van de primaire entiteit.
Gegevensintegriteit
Met een hiërarchische relatie wordt de mogelijkheid geboden om regels voor gegevensintegriteit te definiëren. Een verkoopkansrecord heeft bijvoorbeeld geen betekenis als deze niet is gekoppeld aan een klantrecord. In Microsoft Dynamics CRM Online moet een verkoopkansrecord zijn gerelateerd aan een klantrecord. Een taak kan echter betekenis hebben ongeacht of deze al dan niet is gekoppeld aan een andere record. Het is niet verplicht om een taakactiviteit te koppelen aan een andere record.
Wanneer u een relatie maakt, moet u kiezen of u regels voor gegevensintegriteit wilt afdwingen. Als u van een relatiekenmerk voor de verwante entiteit een vereist veld maakt door het vereistenniveau in te stellen, kunt u ervoor zorgen dat alle verwante entiteitsrecords die met de toepassing Onderneming vereist zijn gemaakt, worden gekoppeld aan een record van de bovenliggende entiteit.
Relatiegedrag
Nadat u een hiërarchische relatie hebt gemaakt, kunt u bepalen hoe de relatie zich gedraagt om de gegevensintegriteit en de bedrijfsregels voor uw organisatie te ondersteunen. Met de relatie kan worden bepaald hoe bewerkingen die op een bovenliggende record worden uitgevoerd, trapsgewijs worden doorgevoerd in onderliggende records.
U kunt het relatiegedrag configureren voor de volgende bewerkingen die worden uitgevoerd op de record van de primaire entiteit:
U kunt kiezen uit drie vooraf gedefinieerde en veelgebruikte gedragstypen of u kunt ervoor kiezen de trapsgewijze bewerking die op de record van de primaire entiteit wordt uitgevoerd, te configureren.
De drie vooraf gedefinieerde gedragstypen zijn:
- Bovenliggend. Alle bewerkingen worden trapsgewijs toegepast op de onderliggende records. Als u een bovenliggende record verwijdert, worden ook de onderliggende records verwijderd. Als u een bovenliggende record opnieuw toewijst aan een gebruiker, worden ook de onderliggende records aan dezelfde gebruiker toegewezen.
- Referentiële. Er worden geen bewerkingen trapsgewijs toegepast op de onderliggende records. Als u een bovenliggende record verwijdert, worden eventuele gekoppelde gegevens in de onderliggende records verwijderd.
- Referentieel, verwijderen beperken. Er worden geen bewerkingen trapsgewijs toegepast op de onderliggende records. U kunt echter geen bovenliggende record verwijderen als deze onderliggende records bevat.
U kunt er ook voor kiezen om specifiek trapsgewijs gedrag te definiëren voor elk van de bewerkingen. Bij de meeste bewerkingen kunt u kiezen uit de volgende opties:
- Alle items trapsgewijs. Dit is een bovenliggend gedragstype. Alle bewerkingen worden trapsgewijs toegepast op alle onderliggende records, inclusief inactieve records.
- Actieve items trapsgewijs. Alle bewerkingen worden alleen trapsgewijs toegepast op alle actieve onderliggende records.
- Gebruiker-eigenaar trapsgewijs. Bewerkingen worden alleen trapsgewijs toegepast op onderliggende records die zijn toegewezen aan dezelfde gebruiker als de eigenaar van de bovenliggende record.
- Geen items trapsgewijs. Dit is een referentieel gedragstype. Er worden geen bewerkingen trapsgewijs toegepast op de onderliggende records.
Gegevensintegriteit moet behouden blijven wanneer gegevens in records worden gewijzigd of wanneer de status van records wordt gewijzigd. Als u een bovenliggende record verwijdert, wordt de gegevensintegriteit van onderliggende records verbroken wanneer de relatie vereist is. U kunt hierop op drie manieren reageren:
- U kunt het gedrag Referentieel, verwijderen beperken gebruiken om te vermijden dat records met onderliggende records worden verwijderd.
- U kunt het gedrag Bovenliggend gebruiken om onderliggende records te verwijderen wanneer een bovenliggende record wordt verwijderd.
- U kunt de bewerking Verwijderen instellen op Alle items trapsgewijs of Referentieel, verwijderen beperken.
Als de relatie niet vereist is, is het voldoende om de gegevens te verwijderen die zijn gekoppeld aan de verwijderde bovenliggende record.
Naast gebruikmaken van gegevensintegriteit kan uw bedrijf relatiegedrag toepassen wanneer gegevens in records worden gewijzigd of wanneer de status van records wordt gewijzigd. Met relatiegedrag kan deze bewerking trapsgewijs worden toegepast zodat dit niet handmatig hoeft te worden gedaan.
Beperkingen voor hiërarchische relaties
- Elke entiteit kan slechts één bovenliggende relatie hebben. De meeste systeementiteiten in Microsoft Dynamics CRM Online hebben al een bovenliggende relatie en deze relatie kan niet worden gewijzigd.
- Entiteiten kunnen referentiële relaties met iedere entiteit hebben, inclusief bedrijfsentiteiten. U kunt meerdere relaties tussen twee entiteiten maken. Entiteiten kunnen ook referentiële relaties met zichzelf hebben zodat records van hetzelfde type kunnen worden gekoppeld. Een record kan echter niet aan zichzelf worden gekoppeld.
- In Microsoft Dynamics CRM Online zijn de klantentiteiten Accounts of Contactpersonen. Samen vormen deze twee entiteiten een samengestelde Klantentiteit. Sommige Microsoft Dynamics CRM Online-bedrijfsentiteiten, zoals Verkoopkans en Aanvraag moeten aan een klant gekoppeld zijn. U kunt dit type relatie echter niet maken met aangepaste entiteiten.
Toewijzing
Gebruikers kunnen nieuwe onderliggende records maken in een gekoppelde weergave. Wanneer dit gebeurt, worden gegevens van de bovenliggende record gekopieerd naar het formulier voor de nieuwe onderliggende record. Standaard wordt een verwijzing naar de bovenliggende record altijd gekopieerd naar het opzoekveld voor relaties in de onderliggende record. U kunt aangeven of gegevens van andere velden tegelijkertijd moeten worden gekopieerd. Meer informatie: Entiteitskenmerken toewijzen
